An-Nas

الناس

De Mensen6 verzenMekkaans

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ

قُلۡ أَعُوذُ بِرَبِّ ٱلنَّاسِ﴿١

1Zeg: “Ik neem mijn toevlucht tot de Heer der mensheid."

مَلِكِ ٱلنَّاسِ﴿٢

2De Koning der mensheid.

إِلَٰهِ ٱلنَّاسِ﴿٣

3De Heer der mensheid.

مِن شَرِّ ٱلۡوَسۡوَاسِ ٱلۡخَنَّاسِ﴿٤

4Tegen het kwaad van de rondsluipende fluisteraar (Shaytaan, maar deze trekt zich terug zodra Allah wordt herdacht).

ٱلَّذِي يُوَسۡوِسُ فِي صُدُورِ ٱلنَّاسِ﴿٥

5Die in de harten van de mensheid fluistert.

مِنَ ٱلۡجِنَّةِ وَٱلنَّاسِ﴿٦

6Zowel djinn als mensen.

RELATED SURAHS